
De afgelopen jaren heb ik me in mijn artistieke praktijk vooral gericht op het snijvlak van beeldende kunst en geluid. Ik integreer geluid in mijn visuele werken en conceptualiseer mijn kunstwerken alsof het muziek is. Deze benadering heeft me ertoe gebracht het concept van geluidskunst en de relatie daarvan met onze zintuigen te onderzoeken, met name de belichaamde ervaring van geluid.
Mijn interesse in dit gebied begon met mijn verkenning van de stemkwaliteiten van de Amerikaanse kunstenares Elaine Sturtevant in mijn werk “Study for Sturtevant Voice (Cover Version)” (2015). Deze eerste kennismaking wekte mijn nieuwsgierigheid en zette me op een pad van ontdekkingen, wat leidde tot volgende projecten waarin ik experimenteerde met het belichamen van stilte, lachen en collectieve geluidswerken. Werken als “Conversation Piece (for Richard Bellamy)”, “Maciunas Laughter (Choir Version)” en “Untitled (Leo Amino)” trachten de grenzen van geluid in de kunst te verleggen tot voorbij de conventionele auditieve waarneming.
Sindsdien ben ik gefascineerd door de mogelijkheden die belichaamde praktijken en het somatische luisteren bieden. Tijdens mijn residentie bij Q-O2 wil ik me verdiepen in wat ik ‘niet-hoorbare geluidskunst’ noem. Geïnspireerd door lichamelijke praktijken, belichaamd luisteren en diep luisteren, onderzoek ik vragen als: Welke criteria bepalen of een werk ‘geluidskunst’ is? Kan ‘geluidskunst’ bestaan zonder hoorbare klanken? Waarom zou ‘geluidskunst’ beperkt moeten blijven tot het hoorbare? Waar ligt de grens tussen choreografische praktijken en geluidgerichte praktijken?
Om deze vragen te onderzoeken, wil ik me bezighouden met praktische verkenning, onderzoek doen en de lokale kunstscene ontmoeten.
afbeelding ©Wojciech Chrubasik
Zoé Febvre–Utrilla
Graciela Muñoz Farida
Pedro Oliveira


