
Tijdens haar residentie zal Augustė Vickunaitė haar geluidskunstpraktijk uitbreiden naar een meer theatrale, scenografische en installatiegerichte benadering. Sinds 2016 werkt ze met reel-to-reel bandrecorders, waarbij ze de wisselwerking onderzoekt tussen analoge technologie, menselijke ervaring en de imperfecties van verouderende machines. Ze wil deze machines omvormen tot autonome personages, waarbij ze met behulp van belichting, kostuums en installaties een duister-humoristische en griezelige scenografie creëert. Hiervoor verzamelt ze veldopnames in Brussel met een draagbare reel-to-reel-recorder en transformeert ze delen van deze opnames tot de soundscape van haar werk.
Vickunaitė onderzoekt de spanning tussen moderne idealen van technologische perfectie en de onvolkomenheden van verouderde apparaten. Deze spanning zal een belangrijk aandachtspunt zijn in haar performance, waarin ze de absurde en humoristische kant belicht van machines die ‘menselijk’ proberen te worden, maar daar voortdurend in falen. Augustė Vickunaitė wil een speelse en mysterieuze performance creëren waarin de storingen van de machines zowel lach als onbehagen oproepen.
De scenografie wordt gevormd door de interacties tussen machines, belichting, kostuums en het vervormde geluid van analoge banden. Deze elementen verkennen de vage grenzen tussen mens en machine, organisch en kunstmatig. Aan het einde van de residentie zal ze een performance ontwikkelen die geluidskunst, humor en theatraliteit combineert, waarbij ze verouderde technologie gebruikt om de kwetsbaarheid van de mens te verkennen.
Residentie in het kader van tekhnē, gefinancierd door de Europese Unie. De geuite standpunten en meningen zijn echter uitsluitend die van de auteur(s) en geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten van de Europese Unie of het Europees Agentschap voor Onderwijs, Culturele Activiteiten en Jeugdzaken (EACEA) weer. De Europese Unie en EACEA kunnen hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Wannes Deneer
Zoé Febvre–Utrilla
Graciela Muñoz Farida


